De inhoud die u probeert te openen is alleen voorbehouden aan voorschrijvers. Uw huidige profiel geeft geen toegang tot deze inhoud. Als u denk dat dit een vergissing is, neem dan contact met ons op voor ondersteuning.

Veranderingen in de GINA-richtlijnen 2025

De 2025 update van de GINA-richtlijnen bevat nieuwe wetenschappelijke informatie over astma, gebaseerd op de beoordeling van recente wetenschappelijke literatuur door een internationaal panel van experts die deel uitmaken van het GINA Wetenschappelijk Comité. Deze uitgebreide en praktische bron over één van de meest voorkomende chronische longaandoeningen wereldwijd bevat talrijke verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur envormt de basis voor andere GINA-documenten en programma’s.


Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste updates, in de volgorde zoals gepresenteerd in het rapport.

Biomarkers van Type 2-inflammatie

Uitgebreide informatie over de rol van type 2-biomarkers - met name bloedeosinofielen en FeNO, bij de diagnose, beoordeling en behandeling van astma werd systematisch samengebracht in meerdere secties van het GINA-rapport en wordt nu weergegeven als een aparte bron in appendix A (p. 217).  Hier wordt meer in detail uitgelegd hoe deze biomarkers in de klinische praktijk kunnen worden toegepast en hoe ze kunnen helpen bij de keuze van een mogelijke behandeling. Dit is belangrijk voor de behandeling en voor het beoordelen van geschiktheid voor biologische therapieën die gericht zijn op type 2-inflammatie.

Risicofactoren voor ernstige exacerbaties (volwassenen en adolescenten)

De resultaten van de ORACLE2-studie zijn toegevoegd in het document. Deze meta-analyse van 22 gerandomiseerde gecontroleerde studies (6.513 patiënten) onderzocht hoe kenmerken bij baseline en type 2-biomarkers (bloedeosinofielen en FeNO) ernstige astma-exacerbaties voorspellen. Beide biomarkers waren onafhankelijk geassocieerd met een verhoogd risico, waarbij de combinatie van beide op een nog groter risico wees. Andere voorspellers waren eerdere exacerbaties, ernstige ziekte, lage FEV1 en slechte symptoomcontrole. Matige reversibiliteit met bronchodilatoren was geassocieerd met een verlaagd risico. De resultaten ondersteunen het gebruik van bloedeosinofielen en FeNO bij gepersonaliseerde risicostratificatie voor astma management.

Impact van extreme weersomstandigheden

Een nieuwe sectie werd toegevoegd over de impact van klimaatverandering en extreme weersomstandigheden op mensen met astma (p.130), zowel wat betreft gezondheidseffecten als directe gevolgen voor astma. Zowel extreme hitte als extreme kou zijn geassocieerd met een verhoogd risico op astma-exacerbaties en een grotere behoefte aan spoedeisende zorg.

Diagnose en behandeling van astma bij kinderen van 5 jaar en jonger

Hoofdstukken 10, 11 en 12 van het GINA-rapport werden volledig geüpdatet door pediatrische experts van het Wetenschappelijk Comité. Een belangrijke wijziging in hoofdstuk 10 (p.181) is de duidelijke erkenning dat astma kan worden gediagnosticeerd bij kinderen van 5 jaar en jonger. De nieuwe benadering biedt een praktisch kader met drie belangrijke diagnostische criteria:

  1. Het kind heeft herhaalde episodes van piepende ademhaling (wheezing), met of zonder symptomen tussen de episodes.
  2. Andere mogelijke oorzaken van deze symptomen worden als onwaarschijnlijk beschouwd.  
  3. Er is een merkbare verbetering kort na het gebruik van een snelwerkende bronchodilator (SABA), of over een periode van 2-3 maanden behandeling met dagelijkse ICS plus ‘zo nodig’ SABA.
     

De behandelfiguur (p.194) werd geüpdatet op basis van evidentie over effectiviteit, doeltreffendheid en veiligheid. Het hoofdstuk meldt ook dat er weinig opties zijn voor kinderen met astma symptomen op twee dagen per week of minder, die geen voorgeschiedenis hebben van episodes met ernstige piepende ademhaling. Mogelijks zijn nieuwe studies naar ontstekingsremmende noodmedicatie met lage dosis ICS-formoterol in aankomst bij kinderen.

Astma-exacerbaties bij kinderen van 5 jaar en jonger

Hoofdstuk 12 (p.201) is herwerkt met geüpdatete aanbevelingen over het gebruik van intraveneus magnesium en dosering van geïnhaleerde medicatie tijdens acute zorg, evenals een wijziging van de doelwaarde voor zuurstofsaturatie bij kinderen, die nu werd vastgelegd op ≥94% in plaats van de eerdere 94–98%.

Diagnose van astma bij volwassenen en adolescenten

Het diagnostisch stroomdiagram (figuur 1-1,p.24) werd geüpdatet:

  • Variabiliteit van symptomen en luchtstroom als belangrijkste kenmerken van astma.
  • Longfunctie blijft essentieel voor het bevestigen van de diagnose.  
  • De rol van biomarkers is visueel toegevoegd aan het diagram.

Gepersonaliseerde astmazorg: Beoordelen–Aanpassen–Herzien

De zorgcyclus voor astma (figuur 3-4, p.52) werd bijgewerkt en "Overweeg biomarkers" werd toegevoegd onder "Herzie de respons". Het belang van het beoordelen van therapietrouw en inhalatietechniek vóór interpretatie van FeNO/eosinofielen wordt benadrukt. Dit komt doordat zowel bloedeosinofielen als FeNO afnemen bij verhoging van de ICS-dosering, en bij de meeste patiënten is een verhoogde FeNO het gevolg van slechte therapietrouw. Het is dus efficiënter om deze biomarkers pas te overwegen nadat de basis (en veelvoorkomende) problemen zoals therapietrouw en techniek zijn aangepakt.

Populatie en geïndividualiseerde besluitvorming bij de keuze van behandeling en inhalator

Dit concept staat sinds 2014 centraal in de GINA-richtlijnen voor gepersonaliseerd management van astma. Zorgverleners worden aangemoedigd om factoren zoals de fenotypische kenmerken van de patiënt (inclusief biomarkers), comorbiditeiten, de mening van de patiënt en praktische aspecten in overweging te nemen. De eerdere tabel werd omgezet in een figuur (figuur 3-4, p. 54) voor betere zichtbaarheid. Figuur 5-1 (p. 109, de zogenaamde "bloemfiguur") werd geüpdatet om de volgorde van de te overwegen factoren te verduidelijken, evenals het moment waarop een zorgverlener op individueel patiëntniveau het relatieve milieueffect van verschillende inhalatoren kan meenemen in de besluitvorming.

Behandelaanbevelingen (volwassenen en adolescenten)

Het twee-track model met stapsgewijze opbouw blijft behouden, waarbij het belang wordt benadrukt van het wereldwijd toegankelijk maken van aanbevolen behandelingsopties (figuur 4-6, p.77).

  • Track 1 (voorkeur): ICS-formoterol als zowel onderhouds- en noodmedicatie. Dit blijft de voorkeursoptie vanwege de sterke evidentie dat het ernstige exacerbaties, het gebruik van orale corticosteroïden en de noodzaak van spoedeisende zorg vermindert, vergeleken met SABA-gebaseerde behandelingenbinnen een behandelingsaanpak met één inhalator.
  • Track 2: Stap 4 omvat nu uitsluitend een gemiddelde dosis ICS-LABA (geen hoge dosis). In sommige gevallen kan een hoge dosis ICS-LABA nodig zijn, maar indien mogelijk moet dit worden beperkt tot 3–6 maanden om het risico op bijwerkingen te verminderen. Dit onderdeel richt zich met name op het potentieel schadelijke effect van langdurig gebruik van hoge doses corticosteroïden.



Voor meer gedetailleerde informatie, raadpleeg het volledige GINA 2025-rapport*

Referentie

GINA rapport 2025

Links met een asterisk (*) leiden u naar een externe website.

Deel inhoud